("Ik was ooit een sterveling en leefde gelukkig met mijn ouders en broers en zussen. Niet totdat de demonen mijn familie aanvielen en mijn ouders vermoordden. De demonen namen me mee en brachten me naar de onderwereld, waar ze me hun koning maakten. Ik werd de God van de Dood. De God die elk levend wezen vreest. Ik wil niet gevreesd worden, maar ik wil dat ze weten dat ik oprecht en puur ben. Ik lijk een koelbloedige God, maar diep van binnen ben ik gepassioneerd en loyaal.")